Artikel gepubliceerd in De Vlaamse Ondernemer
(www.dvo.be)
De zoektocht
naar innovaties wordt dikwijls gestuurd vanuit een bestaande gekende
of ongekende behoefte bij een klant. Meestal worden de klantenbehoeften
in kaart gebracht door een concrete vraag, door klantencontacten
of door gestructureerd marktonderzoek via vragenlijsten of focusgroepen.
De belangrijkste behoeften kunnen dan richting geven aan nieuwe
innovatie-initiatieven. Maar zijn de op deze wijze verzamelde behoeften
wel diegene waar een bedrijf zijn voornaamste innovatie-energie
moet aan wijden? Brengen ze wel naar boven wat men nog niet ziet
(latente behoeften) of brengen ze naar boven wat er nu nog niet
is (toekomstige behoeften) maar in de nabije toekomst wel zal opduiken?
De latente of ongekende behoeften zijn immers universele behoeften
waar de consument zich niet bewust van is. Deze behoeften zijn niet
minder reëel, maar hebben vaak een ondergronds karakter. Dit
zijn de behoeften die niet benoemd zijn of benoemd kunnen worden,
maar meer een potentie tot bevrediging hebben waar de consument
zich niet bewust van is. De gsm, cirque du soleil of de senseo zijn
hiervan goede voorbeelden. Deze behoeften worden door het klassiek
marktonderzoek moeilijk naar boven gehaald. Ook is het traditioneel
marktonderzoek minder geschikt voor het bedenken van één
of meerdere toekomstbeelden met het hieraan gekoppelde potentieel
aan nieuwe behoeften.
Innovatie heeft dus behoefte aan specifieke onderzoeksmethoden
om de latente of toekomstige behoeften in kaart te brengen. Een aantal
van deze methoden bestaat reeds enige tijd maar zijn nog weinig verspreid,
andere werden recent ontwikkeld. Hieronder worden 7 van deze specifieke
methodes verder besproken.
Methode 1: Co-creation en crowdsoursing
Deze methode is afkomstig uit de Verenigde Staten en
wordt omschreven als “The phenomenon of corporations creating
goods, services and experiences in close cooperation with experienced
and creative consumers, tapping into their intellectual capital, and
in exchange giving them a direct say in what actually gets produced,
manufactured, developed, designed, serviced, or processed.”
Het gaat hier in ieder geval niet alleen maar om het vragen om feedback
nadat een product of dienst is gelanceerd. Het gaat er eerder om dat
de klant betrokken wordt in het proces van meedenken, voordat er een
product of dienst is. Je wil een ‘ongoing conversation’
hebben met je afnemer. Voorbeelden hiervan zijn o.a. Lovemercedes,
Concours de design Peugeot, Illy, Senseo Artworks en Nokia Concept
Lounge. Zo ook is iPodlounge.com de plek waar i-Pod gebruikers discussiëren
over verbeteringen en nieuwe versies van de iPod. Gebruikers hadden
al enige tijd geleden designs bedacht voor de nieuwe i-Pod met video.
iPodlounge is inmiddels een site die Apple zelf dagelijks volgt om
te checken wat men nu weer heeft bedacht.
Methode 2: Lead user analyse
Het doel van deze methode is dat het gedrag en de daaraan
gekoppelde beleving van bepaalde groepen gebruikers van producten
(de lead users) ideeën voor nieuwe producten opleveren. Lead
users zijn gebruikers die de behoefte aan een bepaalde innovatie ervaren
ruim voordat de gemiddelde consument deze behoefte heeft. Met andere
woorden, lead users hebben op dit moment de behoeften die andere consumenten
pas maanden tot jaren later zullen hebben. Vandaar dat lead users
zich wel een voorstelling kunnen maken van deze behoeften. Zij zijn
in staat om oplossingen die in die behoeften voorzien, te bedenken
en te beoordelen. Lead user-analyse vergroot de kans op commercieel
succesvolle ideeën voor radicale innovaties. Uit onderzoek binnen
het bedrijf 3M is gebleken dat nieuwe producten die ontwikkeld zijn
aan de hand van lead user-analyse aanzienlijk hogere verkopen behalen
(tot wel acht keer hoger) en een dubbel zo hoog marktaandeel verwerven
dan producten die ontwikkeld zijn aan de hand van informatie die verzameld
is bij andere klanten.
Methode 3: Waarde assesment
bij klanten
Met deze methode doet een leverancier interviews (focus
groep waarde assessments) en verzamelt hij data bij klanten om een
overzicht te verkrijgen van alle kost- en opbrengstfactoren over de
volledige gebruikerscyclus, met name het zich informeren, evalueren,
beslissen, aankopen, installeren, trainen en onderhouden. Door het
effectief toewijzen van een geldbedrag aan de verschillende elementen
kan een effectieve marktwaarde bepaald worden. Dikwijls wordt dit
proces ook gebruikt om er zeker van te zijn dat er geen kost- of opbrengstposten
over het hoofd worden gezien. Zo ook kan het toegewend worden om nieuwe
toekomstige behoeften beter in kaart te brengen.
Methode 4: Etnografisch onderzoek
Etnografie is een set van methoden en technieken die
antropologen gebruiken wanneer ze andere culturen en gemeenschappen
bestuderen. Denk maar aan de manier waarop men nieuwe indianenstammen
observeert of denk aan de methode die Diane Fossey hanteerde (Gorilla's
in the Mist) om een beter begrip te krijgen van doen en laten van
gorilla’s. Binnen innovatie is etnografie een manier om gebruikersvereisten
op te sporen op een kwalitatieve manier. In plaats van enquêtes
en focus groups legt men de nadruk op observatie en informele interviews.
Maar eerder dan een specifieke methode is het een manier van kijken
naar gebruikersonderzoek, waarbij men uitgaat van het belang van de
context, de natuurlijke omgeving. Men legt hierbij de nadruk op persoonlijk
contact, relaties en kleine groepen en neemt het perspectief van de
gebruiker, zijn taalgebruik en zijn denkbeelden over. Etnografische
observatie heeft als doel zaken te identificeren die de gebruiker
als vanzelfsprekend ervaart, en zelf niet meer kan zien.
Methode 5: Uitkomst innovatie
Deze onderzoeksmethode heeft voor doorbraken gezorgd
bij onder andere Microsoft, Bosch en Johnson & Johnson. Het is
een unieke, gestructureerde aanpak om behoeften in de markt in kaart
te brengen. Hierin staat de taak centraal die de klant probeert te
verrichten of, zoals de Amerikanen zeggen, ‘the job the customer
is trying to get done’. Zijn de belangrijke behoeften van klanten
eenmaal bekend, dan kunnen bedrijven doelgericht investeren in kansrijke
projecten. De methode werd ontwikkeld om te achterhalen wat klanten
werkelijk willen en wordt ingezet om bestaande producten en diensten
te verbeteren en om geheel nieuwe concepten te ontwikkelen. De gebruikersinterface
van de i-phone werd op deze wijze ontwikkeld.
Methode 6: Waardeonderzoek
(Blue Ocean Strategy)
Blue Ocean Strategy is een strategiebenadering die ontwikkeld
is door Kim and Mauborgne. Centraal in hun denken staat dat je de
concurrentie niet te lijf moet gaan, maar dat je ze moet ontlopen.
“Don´t compete with your rivals, make them irrelevant”.
Want de strijd gericht op groei door concurrentievoordeel, meer kostenreductie,
meer marktaandeel en/of differentiatie leidt enkel tot een 'bloedige
rode oceaan van rivalen die als haaien vechten'. Van belang is waarde-innovatie
met een focus op de klant, de prijs en de kosten gericht op de creatie
van nieuwe behoeften. Daarbij gaat het om het grote geheel en niet
om de cijfers. Ze ontwikkelden een waardecurve methode voor innovatie-waardecreatie
waarbij men zich de volgende vier vragen stelt:
- welke factoren, die men voor standaard aanziet, kunnen geëlimineerd
worden?
- welke factoren kunnen gereduceerd worden tot onder het sectorniveau?
- welke factoren dienen boven de industriële standaard verheven
te worden?
- welke factoren, die nooit zijn aangeboden, dienen toegevoegd te
worden?
Bekende voorbeelden zijn Southwest Airlines, Starbucks en Cirque du
Soleil.
Methode 7: Toekomstscenario’s
Scenariodenken is het ontwikkelen, vergelijken en anticiperen
op mogelijke toekomstscenario's. De vader van het scenariodenken is
Herman Kahn. In de jaren vijftig van de vorige eeuw ontwikkelde hij
de 'future-now thinking' als techniek om de actie-reactie-patronen
bloot te leggen die tot een kernoorlog tussen de Sovjet-Unie en de
Verenigde Staten zouden kunnen leiden. In 1967 publiceerde Kahn het
toekomstonderzoek The Year 2000 waarin hij gebruik maakt van scenario’s:
een hypothetische reeks gebeurtenissen die de aandacht vestigen op
causale relaties en beslissingsmomenten. Ze geven antwoord op de vraag
hoe een hypothetische situatie stap voor stap ontstaat en op de vraag
welke interventiemogelijkheden er zijn om de ontwikkelingen te verhinderen,
om te buigen of juist te vergemakkelijken. Toekomstscenario’s
worden nu ook ingezet voor waarde-innovatie in het bedrijfsleven.
Multinationals als Shell en KPN in Nederland waren mee van de eersten
om dit in de praktijk om te zetten. Er werden verschillende mogelijke
toekomstbeelden geschetst om percepties te veranderen, de geest te
scherpen en om bijvoorbeeld ook na te denken over nieuwe behoeften
en opportuniteiten voor de toekomst. Bij veel scenario-studies worden
scenario-planners aan het werk gezet met de opdracht om realistische
en inspirerende toekomstscenario's te ontwikkelen op basis van een
gedegen studie van trends en ontwikkelingen.
Deze 7 specifieke vormen van onderzoek naar latente en toekomstige
behoeften kunnen belangrijke inspiratiebronnen vormen om na te denken
of te brainstormen rond waarde-innovatie en nieuwe toekomstkansen.
Vooralsnog worden deze methoden voornamelijk door grotere bedrijven
gebruikt. De basisprincipes van deze methodes zijn evenwel ook voor
kmo’s meestal makkelijk in de praktijk om te zetten zonder
nood aan grote budgetten of kennis.